Minister Dekker in schaamteloos reclamefilmpje

Op 23 augustus 2018 plaatste minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) dit filmpje op Twitter van een “werkbezoek” aan verzekeraar Achmea.

Ik plaats het bewust tussen aanhalingstekens omdat ik persoonlijk het idee had dat ik naar een lange reclamespot aan het kijken was voor een rechtsbijstandverzekering. Het eerste wat door mijn hoofd schoot was “goh er zijn toch meer rechtsbijstandverzekeraars zoals ARAG, DAS etc.” daarna “sinds wanneer maakt de overheid reclame voor een rechtsbijstandverzekeraar?”

Een woordvoerder van minister Dekker laat vandaag aan de media weten: “We laten graag zien wat voor bezoeken we afleggen en wat we doen in het kader van de stelselherziening rechtsbijstand.
Het bezoek aan Achmea was daar een onderdeel van.” Ik vond het mooi verzonnen maar het geeft me een heel onbehagelijk gevoel. Een onbehagelijk gevoel omdat men ernstig aan het bezuinigen is op de gefinancierde rechtsbijstand, op de vergoeding voor sociaal advocaten die dit werk doen om de meest kwetsbare en minder kapitaalkrachtigen in de samenleving te helpen indien er en juridisch geschil ontstaan. De sociaal advocaten hebben recht op een degelijke vergoeding voor het werk wat ze doen en dat ontbreekt volledig. De punten en de vergoedingen staan niet in verhouding tot het te leveren werk.

Het is een bedreiging van de rechtsstaat als men niet op een juiste manier het werk van sociaal advocaten zal vergoeden. De minister had er dan ook beter aan gedaan om op bezoek te gaan bij sociaal advocaten, gewoon het echte veld in en niet over de vloer bij een rechtsbijstandverzekeraar.
Ik heb niets tegen juristen die bij een rechtsbijstandverzekeraar werken maar doorgaans hebben die niet de betrokkenheid die cliënten bij een zaak nodig hebben, vaak is de bereikbaarheid om te huilen en vaak hebben juristen bij een rechtsbijstandverzekeraar veel te veel cases wat ten koste gaat van de kwaliteit van de geleverde bijstand.

Los van al het bovenstaande voorzien rechtsbijstandsverzekeringen lang niet in alle gevallen de nodige bijstand en kan niet iedereen een verzekering bij een rechtsbijstandsverzekering krijgen.

ACCEPTATIEBELEID VERZEKERAARS
Iedere (rechtsbijstands-) verzekeraar stelt voor acceptatie van een nieuwe klant een aantal vragen om te bezien of de klant in het risicoprofiel van de verzekeraar past. Een verzekeraar zal onderstaande vragen stellen ter beoordeling;

  1. Speelt of dreigt er op dit moment een juridisch conflict.
  2. Bent u in de afgelopen 5 jaren betrokken geweest bij een conflict waarbij juridische hulp nodig was.
  3. Is aan u ooit een verzekering geweigerd, opgezegd of met een afwijkende premie of voorwaarden geaccepteerd
  4. Bent u in de afgelopen 5 jaren strafrechtelijk veroordeeld of in aanraking geweest met Politie/Justitie.

Als men op 1 van deze vragen ja zal antwoorden is de kans zeer groot dat men zichzelf niet kan verzekeren. Deze vragen zijn in het kader van de mededelingsplicht zoals ook verwoord in artikel 7:928 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Als een verzekeraar geen vragenlijst heeft dan is men verplicht om alle feiten en omstandigheden te melden waarvan men moet begrijpen dat een verzekeraar bij kennis van die feiten de verzekering niet of onder speciale voorwaarden zou afsluiten. Dit is ooit gevat in het Afgehakte Duim arrest (HR 8 juni 1962, NJ 1962, 366)

De producten en aangeboden juridische dienstverlening van een rechtsbijstandsverzekeraar alsmede de kostprijs van die producten/diensten zijn gebaseerd op de gemiddelde juridische behoefte van particuliere huishoudens in Nederland. Zodra op op welke manier dan ook sprake is van en afwijkend of een verhoogd risico dan zal een verzekeraar de aanvraag bijna zeker afwijzen.

Een verzekeraar zal voor aanvang van een verzekering een risico beoordeling uitvoeren op basis van de doorgegeven gegevens, de mededelingen die de aspirant verzekerde doet bij de aanvraag maar ook gegevens uit bijvoorbeeld het CIS (Centraal Informatie Systeem). In het CIS staan verschillende meldingen zoals bijvoorbeeld claimmeldingen, maar ook meldingen uit het EVR (Extern Verwijzings Register) waar meldingen instaan van (pogingen tot) verzekeringsfraude, maar ook meldingen als men de vragen niet waarheidsgetrouw heeft voorzien van een antwoord (waarna in alle gevallen een verzekering zal worden stopgezet).

ONVERZEKERBAAR?
Als men zich niet “normaal” bij een verzekeraar kan verzekeren dan rest er slechts 1 optie; een verzekering afsluiten bij De Vereende (voorheen Rialto) deze zijn gespecialiseerd in het verzekeren van zoals men het zelf noemt “bijzondere risico’s”. Dit vaak tegen aanvullende voorwaarden en een hogere premie dan men normaal zou betalen omdat er sprake zou zijn van een hoger risico. In het geval van een rechtsbijstandsverzekering ligt de uitvoering van de verzekering bij SKR Rechtsbijstand.

Lang niet iedereen kan deze hogere premie betalen waardoor je ook de situatie krijgt dat mensen onverzekerd zijn voor inboedelschade, aansprakelijkheid maar dus ook voor rechtsbijstand hetgeen een zeer onwenselijke situatie is want iedereen heeft in alle gevallen het recht op goede en kundige bijstand daarom zijn de plannen van minister Sander Dekker mij een doorn in het oog. De kwaliteit van juridische dienstverlening zal hard achteruitgaan op het moment dat minder specialisten besluiten te gaan worden op basis van gefinancierde rechtsbijstand. Men gaf eerder nog aan dat de rechtsbijstandsverlener een adequate vergoeding moet ontvangen voor de bijstand maar dat lijkt mijlenver af te staan van de realiteit. Het gevaar bestaat dat kundige rechtsbijstand voor grote groepen onbereikbaar zal worden en dat de sociaal advocaten die er nog wel zijn steeds vaker nee moeten verkopen omdat ze te druk zijn of misschien zelfs wel de praktijk moeten sluiten omdat men niet voldoende omzet kan genereren.

Daarom zei ik al eerder dat het een grof schandaal is dat de overheid zelf wel miljoenen per jaar uitgeeft aan bijvoorbeeld het kantoor van de landsadvocaat Pels Rijcken en de Politie vorig jaar 2.1 miljoen aan diverse kantoren met “top” advocaten om agenten bij te staan.


Men vergeet de hulpbehoevende burger die meer dan eens een beroep op juridische bijstand moet doen in verband met een probleem met diezelfde overheid, het geeft te denken.
Hopelijk ziet de minister het licht en gaat hij langs bij sociaal advocaten, verdiept hij zich in de praktijk en komt er wel extra geld beschikbaar voor de sociale advocatuur anders is dat schadelijk voor de rechtsstaat verliest de burger nog meer het al zo wankelen vertrouwen.

 

Sebastiaan Beens