Klacht Politie Midden-Nederland

Op 16 januari 2013 ben ik in Utrecht aangehouden in verband met een openstaand vonnis welke betrekking had op het onuitgevoerd laten van 10 uur taakstraf.
Na mijn aanhouding bleek dat de betrokken agent  informatie uit het politiesysteem met derden heeft gedeeld welke uit geen enkel oogpunt recht hadden op deze informatie, ook heeft de betrokken agent voorafgaand aan mijn aanhouding derden op de hoogte gesteld van de aanstaande aanhouding en heeft direct na de aanhouding derden geïnformeerd over de succesvolle aanhouding.
Daarnaast heeft hij gepoogd met lasterlijke uitlatingen een persoon te bewegen tot aangifte.

Naar aanleiding van het optreden van de aanhoudende agent en de bovengenoemde feiten die mij daarna onder de aandacht zijn gebracht heb ik besloten een klacht in de dienen bij de Politie Midden-Nederland waar de agent werkzaam is.

HET VERLOOP

  • 28-10-2013:
    Klacht ingediend bij Politie Midden-Nederland
  • 29-10- 2013:
    Bevestiging van ontvangst klacht door Bureau Veiligheid Integriteit & Klachten (VIK)
  • 06-11-2013:
    Reactie ontvangen van betrokken medewerker
  • 10-12-2013:
    Inhoudelijke tegenreactie aan klachtbehandelaar VIK.
  • 13-12-2013:
    Beklaagde agent geeft aan niet te willen reageren op repliek nav reactie op zijn standpunten.
  • 13-12-2013:
    Verzocht de klacht voor behandeling aan te bieden aan de Commissie voor de Politieklachten
  • 25-03-2014:
    Reactie op feiten en klachtpunten door de Hoofdofficier van Justitie.
  • 28-03-2014:
    Hoorzitting Commissie voor de Politieklachten.
    Hierbij was ook de beklaagde agent aanwezig.
  • 18-04-2014:
    Advies en rapportage Commissie aan Politiechef Midden-Nederland gezonden.
  • 22-04-2014:
    Afrondingsbericht en standpunt Politie Midden-Nederland

UITKOMST BEHANDELING.

De onafhankelijke Commissie voor de Politieklachten van de Politie Midden-Nederland heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van de klachtpunten.
Daarnaast merkte de Commissie meermaals op dat de beklaagde agent veel te ver is doorgeschoten in zijn veronderstelde “hulpverlening” door het verstrekken van informatie aan derden. Ook de Hoofd Officier van Justitie liet schriftelijke weten dat de beklaagde agent in dit geval nooit gegevens had mogen verstrekken.
Tijdens de hoorzitting heeft de agent zich tegenover mij meermaals kleinerend en lasterlijk uitgelaten, hierover zei de Commissie dat deze uitlatingen niet ter zaken doend en onprofessioneel zijn geweest.

Plaatsvervangend Politiechef W.H. Woelders heeft zijn schriftelijke excuus aangeboden voor het gedrag van de betrokken agent.

VERVOLG.

Na overleg met onder andere het Bureau Veiligheid Integriteit & Klachten is besloten om ook strafrechtelijk stappen te ondernemen tegen de betrokken agent. Er is besloten eerst het oordeel van de Commissie en de korpschef af te wachten nu een gegrondverklaring en excuus mogelijk kunnen worden gezien als bewijs en erkenning van schuld. Naar verwachting zal op 3 juni 2014 zal aangifte worden gedaan van onder andere het schenden van zijn ambtshalve beroepsgeheim strafbaar gesteld onder artikel 272 wetboek van strafrecht.

 

Sebastiaan Beens