Mitch Henriquez

De enige houvast die mensen hebben als ze te maken krijgen met onrecht in welke vorm dan ook, een diefstal, fraude, oplichting, bedreiging, overtreding van de wegenverkeerswet of in het ergste geval een levensdelict, is de wetenschap dat we leven in een rechtsstaat. In een maatschappij die dusdanig is georganiseerd dat men onrecht zal bestrijden, dat men daders zal proberen op te sporen en schuldigen zal bestraft.  Dat is voor velen een onmisbare schakel in het proces van verwerking, rouw, genoegdoening of simpelweg het vermogen te blijven geloven in die rechtsstaat. Wij hebben allemaal een soort stilzwijgend contract met de Staat en door de besluitvormingen in de zaak rondom het overlijden van Mitch Henriquez is dit contract met zijn nabestaanden als ware het éénzijdig opgezegd. We behoren er allemaal op te vertrouwen dat het Openbaar Ministerie corrigeert waar mogelijk en hard straft waar dat nodig is. Dit alles moet het Openbaar Ministerie zeker ook, zo niet harder, toepassen als het om haar eigen mensen of bijvoorbeeld politiefunctionarissen gaat. Helaas bleek in het verleden al vaker dat we daar niet zomaar vanuit kunnen gaan.

Recht niet altijd synoniem voor rechtvaardigheid.

De nabestaanden van Mitch Henriquez hebben de afgelopen 2 jaren doorlopend te maken gehad met onrecht, de afgelopen 2 weken stonden 2 van de 5 betrokken agenten voor de rechter.
De nabestaanden hadden moeten kunnen rekenen op het goed functioneren van de rechtsstaat, helaas liep het anders. In het geval van de agenten die terecht staan voor de dood van Mitch Henriquez lijkt het OM op gigantische wijze het spoor bijster. Ook de rechtbank doet, gezien een aantal genomen beslissingen en de houding richting de advocaten van de nabestaanden, mr. Gerald Roethof en mr. Richard Korver, een flinke duit in het zakje.

In de zaak rondom het tragische overlijden van Mitch Henriquez ontstaat de indruk dat onrecht niet zal worden bestreden en dat de schuldigen niet anders dan met een schuldigverklaring voor een licht delict zullen worden “bestraft”. Bestraft tussen aanhalingstekens want de eis van de Officier van Justitie was een schuldigverklaring voor de mishandeling zonder oplegging van straf, de agenten zijn inmiddels genoeg bestraft aldus de Officier. Toch vreemd, want ze zijn al die tijd anoniem gebleven.

Als normale mensen (niet zijnde politieagent of andere hulpverlener) verdachte zijn in een strafzaak dan kunnen we de anonimiteit vergeten terwijl er soms hele goede redenen zijn om die anonimiteit te vragen. Meestal is de rechtbank nog zo welwillend om de adresgegevens niet te noemen op verzoek i.v.m. aanwezigen in de zaal of de persoonlijke omstandigheden te bespreken achter gesloten deuren maar daar stopt doorgaans het meeveren wel. In deze zaak is echter alles anders en waarom? Omdat het lijkt of niet het belang van de waarheidsvinding en genoegdoening voor de nabestaanden voorop staat maar het belang van de verdachten, het belang van de politie.

Wat heeft de geheimzinnigheid rondom de verdachten, het totale verloop van de zaak tot nu toe en de ridicule eis van het OM nog te maken met recht en rechtvaardigheid, met integriteit en openheid? Als u het weet mag u het zeggen. Het lijkt me, ook voor mr. Korver en mr. Roethof niet uit te leggen aan de nabestaanden.

Op 21 december doet de rechtbank uitspraak, alleen de rechters kunnen nu nog zorgen voor een beetje rechtvaardigheid voor de nabestaanden maar ik heb er een hard hoofd in.

Sebastiaan Beens