Positie van slachtoffers van oplichting / fraude

secundaire victimisatie door maximeren voorschot schadevergoeding

Alle misdrijven zijn voor betrokkenen ernstig en hebben grote impact men mag daar m.i. geen onderscheid in maken waar het aankomt op steun van de Staat ten aanzien van het onrecht wat een slachtoffer is aangedaan, enerzijds door het opleggen van een straf anderzijds in de vorm van een financiële genoegdoening. Oplichting en fraude zijn ernstige delicten gezien de grote financiële en psychische gevolgen Het vertrouwen van slachtoffers van dergelijke delicten in mensen is in ernstige mate, vaak onherstelbaar, geschonden, dit met alle gevolgen van dien in het persoonlijke leven van het slachtoffer. Deze voelen vaak ook nog een schaamte naar hun persoonlijke omgeving want veelal is de tendens “hoe kan je zo dom geweest zijn, hoe kan je zo goed van vertrouwen geweest zijn”

Als je dan aangifte kan doen bij de politie komt een traject wat voor een slachtoffer vaak onzeker is.
Immers moet er eerst worden bezien of er mogelijkheid is tot het doen van verder onderzoek of het aanhouden/uitnodigen van een verdachte voor een gesprek. Het kan ook zijn dat je er tijdens niets meer van zal horen en dat er een brief thuiskomt waarbij de politie aangeeft dat om diverse redenen het onderzoek niet door zal gaan en de zaak dus niet doorgezet zal worden. Daartegen staat dan enkel een zogenoemde artikel 12 procedure open bij één der gerechtshoven in Nederland om alsnog een vervolging af te dwingen. Dit zijn procedures die de meeste slachtoffers niet zelf kunnen voeren omdat het ze veelal ontbreekt aan juridische vaardigheden en kennis. Gelukkig zijn er de laatste tijd in Nederland steeds meer strafrechtadvocaten, mr. Richard Korver voorop, welke opkomen voor de rechten van slachtoffers en zijn de rechten van slachtoffers in de laatste jaren in sterkte mate versterkt.

Belangrijk onderdeel van het leed voor de slachtoffers van dergelijke delicten is het financiële leed.
Vaak missen slachtoffers ineens een groot bedrag wat ze I) eigenlijk niet lang kunnen missen of ze II) op termijn in de problemen kan brengen om andere redenen. Dit bedrag kunnen ze niet 1,2,3 terugkrijgen. Vaak zijn verdachten niet welwillend om schade te vergoeden, daarnaast moet eerst nog in rechte vast komen te staan dat er sprake is van een strafbaar feit waarvoor de verdachte verantwoordelijk kan worden gehouden en waarvoor deze bovendien strafbaar moet zijn. Om te zorgen dat een slachtoffer na beantwoording van de schuldvraag niet ook nog naar de civiele rechter moet stappen om diens schade te verhalen en een titel te krijgen is het voor een slachtoffer mogelijk om zich te voegen als benadeelde in het strafproces. Een manier om het civiele deel te betrekken bij het al lopende proces, dit heeft als voordeel voor het slachtoffer dat secundaire victimisatie kan worden voorkomen. Echter moet de vordering dan wel simpel en overzichtelijk zijn, er moet geen sprake zijn van een ingewikkelde betwisting immers zal de rechtbank de vordering dan niet behandelen en niet ontvankelijk verklaren in verband met de complexiteit. Indien het slachtoffer in diens vordering zal worden ontvangen dan zal er doorgaans een oplegging zijn van de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f lid 6 wetboek van strafrecht. Het verhalen van de schade zal dan in de eerste instantie plaatsvinden door het CJIB te Leeuwarden. Deze zullen indien noodzakelijk een regeling accepteren met de dader waarbij de vordering in maximaal 32 termijnen moet zijn voldaan. Het CJIB heeft daarnaast de mogelijkheid tot het leggen van beslag en kan indien men niet voldoet aan de volledige betaling als laatste dwangmiddel de vervangende hechtenis ten uitvoer laten leggen, een soort gijzeling waarbij de veroordeelde zal worden aangehouden en in een penitentiaire inrichting zal worden geplaatst voor de maximale duur welke in het vonnis vermeld staat. Men kan dan enkel vrijkomen indien men de volledige vordering voldoet, immers is dit een dwangmaatregel en geen straf al denken veroordeelden en veel advocaten daar anders over. In dit stadium is het niet meer mogelijk om een regeling te treffen met het CJIB, in veel gevallen is dit zuur en niet in het belang van het slachtoffer. Voor het slachtoffer is het van belang dat er geld terugkomt en het CJIB, als incassobureau van de overheid, zou zich meer en langer in moeten zetten voor deze mensen. Op het moment dat bijvoorbeeld tijdens een gijzeling een veroordeelde of diens familie een regeling voor zou stellen en deze nakomt door bijvoorbeeld één of meerdere termijnen te betalen zou dit moeten worden geaccepteerd en de hechtenis zou alsdan moeten worden geschorst of worden opgeheven. De bemoeienis van het CJIB stopt nu echter nadat een veroordeelde de vervangende hechtenis heeft ondergaan. Daarna is het “traject” afgerond en kan, en mag, het CJIB zich niet meer met de kwestie bemoeien. In principe staat het slachtoffer er dan alleen voor, deze krijgt een grosse van de rechtbank en moet zich zelf wenden tot een deurwaarder teneinde opnieuw tot betekening over te gaan en de executie opnieuw op te starten.

Vaak zal dit voor het slachtoffer echter betekenen dat ze zich opnieuw zo niet nog meer slachtoffer gaan voelen, immers de overheid laat ze voor hun gevoel, al dan niet gerechtvaardigd, in de steek. Ze moeten de kosten voor de deurwaarder in veel gevallen voorschieten en een veroordeelde zal in nagenoeg alle gevallen geen verhaal bieden. Daardoor heeft het slachtoffer wel een vonnis maar nog steeds niet zijn/haar geld terug. Dit heeft tot gevolg voortdurende secundaire victimisatie. Voor het gevoel van het slachtoffer is er onder meer sprake van onwil tot het erkennen van het  slachtofferschap. Vooral slachtoffers van oplichting/fraude vallen vaak buiten de boot. De overheid voorziet sinds 2016 in een regeling waarbij ook slachtoffers van oplichting/fraude een bedrag van de staat krijgen betaald indien de veroordeelde dader niet binnen 8 maanden de somma heeft voldaan. Echter is het bedrag wat de Staat zal uitkeren gemaximeerd tot een bedrag van €5000, per geval. In een aantal gevallen zal dit, gelukkig, afdoende zijn maar er zijn ook zaken waarbij de financiële schade vele malen groter is. Daarnaast is deze regeling enkel van toepassing op nieuwe vonnissen. Een slachtoffer van oplichting / fraude kan daarnaast ook geen aanspraak maken op bijvoorbeeld het Schadefonds Geweldsmisdrijven om op een andere manier nog enige financiële genoegdoening te kunnen krijgen.

Derhalve kan men dus gerechtvaardigd stellen dat er sprake is van een grote mate van rechtsongelijkheid als het neerkomt op de financiële ondersteuning van slachtoffers vanuit de overheid, een triest gegeven waarbij de slachtoffers aan het korte eind trekken.


KORTE TOELICHTING: Ik ben me er volledig van bewust dat bovenstaande blog hypocriet kan overkomen. Het is immers geen geheim dat ik zelf meermaals ben veroordeeld voor oplichting waarmee ik mensen heb benadeeld en hun in mij gestelde vertrouwen heb geschonden met alle gevolgen van dien voor deze mensen. Ik betreur deze zaken in hoge mate. Bovenstaande blog is geschreven uit oprechte verontwaardiging voor de positie van slachtoffers van dergelijke delicten, het uit ervaring weten dat het CJIB het belang van het slachtoffer niet voorop heeft staan maar enkel de regels afwerkt in plaats van maatwerk toe te passen en de uitsluiting van slachtoffers van oplichting van bijvoorbeeld volledige vergoeding van de geleden schade door de overheid.

Sebastiaan Beens