Statement hoger beroep linkverbod Holleeder Dossier

Ik heb besloten in hoger beroep te gaan tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland locatie Arnhem van afgelopen vrijdag aangaande het doorverwijzen naar pagina’s waar de eerder uitgelekte stukken uit het Holleeder dossier te vinden zijn.

Ik hecht er waarde aan te benadrukken dat ik dinsdag 5 april inderdaad de stukken op de server van mijn website heb gehad. Toen ik daarin problemen voorzag heb ik deze verwijderd en slechts doorverwezen naar links waar de documenten wel te vinden zijn. Toen de landsadvocaat contact zocht met mijn host en later met mr. Diekstra stonden de documenten dus NIET op mijn eigen site. In het kort geding is hier ook geen bewijs voor aangedragen en is mij uit voorzorg verboden de stukken toch als zodanig zelf te publiceren.  Het gaat in mijn geval dus om het linken naar en het in meest algemene zin schrijven over de kwestie Holleeder.

De links heb ik weliswaar van mijn site gehaald, maar ik heb niets verkeerd gedaan. Gewoon omdat de informatie thans uit openbare bronnen (benaderbaar via Google) afkomstig is en diverse media eruit geciteerd hebben. Ik zou het liefst de links naar de dossiers om principiële redenen niet van mijn site halen echter heb ik de financiële middelen niet om de absurde dwangsom van maximaal €100.000,- te voldoen. Ik heb mensen slechts toegang tot links willen geven omdat ik vind dat dit moet kunnen. Het is flauwekul dat potentiële getuigen, na het verwijderen van de documenten op VlindersCrime, alleen via mijn website bij pagina’s konden komen waar ze konden lezen wat door betrokkenen is verklaard. Dat was en is sowieso mogelijk op internet daarnaast citeren diverse media zoals RTL Boulevard uit de verklaringen en pakte de Volkskrant het weekend uit met nieuws rondom een geëscaleerd getuigenverhoor.

Het is, in dit geval, naar mijn idee niet aan de overheid om te bepalen wat een burger wel of niet mag delen als het al eerder is gepubliceerd en nog steeds te vinden is. Dan ligt het immers al op straat. Dat nu geconcludeerd wordt dat de waarheidsvinding in het geding is en ik daar geen oog voor zou hebben is niet waar. Naast het feit dat de stukken al in de openbaarheid zijn geweest, hebben onder andere de zussen-Holleeder bijvoorbeeld zelf actief de media opgezocht om hun verhaal te doen en zijn er gespreksopnames met hun broer naar buiten gebracht.

Ik ben van mening dat de voorzieningenrechter de vrijheid om informatie te ontvangen en/of op welke wijze dan ook te verstrekken zonder inmenging van enige openbaar gezag en ongeacht grenzen in zeer ernstige mate heeft beperkt door ook het hyperlinken, doorverwijzen en/of anderszins direct of indirect te berichten over een kwestie te verbieden. Daarnaast is mij in te algemene zin het verbod opgelegd om enige informatie uit de strafrechtelijke onderzoeken te publiceren. Dit zou inhouden dat als ik iets schrijf, bijvoorbeeld naar aanleiding van het artikel  over deze zaak in de vandaag verschenen Panorama of mijn bericht naar aanleiding van de Volkskrantpublicatie van dit weekend, ik direct in overtreding van het vonnis zou zijn hier staat immers dergelijke informatie in.

De voorlopige voorziening van vrijdag 8 april 2016 is mijns inziens onnodig beperkend en schept een ongewenst precedent.

Sebastiaan Beens
13 april 2016

Sebastiaan Beens